Chronologie van de VOC op de Molukken

1595     Eerste schipvaart naar Azië en de specerij-eilanden onder leiding van Cornelis de Houtman en Gerrit van Beuningen. De ‘Mauritius’, de ‘Hollandia’ en de ‘Amsterdam’, vergezeld van het kleine jacht ‘Duyfken’, vertrekken op 2 april 1595 vanuit Texel en arriveren in Bantam op West-Java, in juni 1596. In augustus 1597 keren drie van de schepen terug met 87 overlevenden van de oorspronkelijk 249 bemanningsleden.

1599     Op 5 maart 1599 komt het eerste Nederlandse schip van een Amsterdamse ‘voorcompagnie ‘ aan in de Baai van Ambon.

1602     Op 20 maart 1602 verlenen de Staten Generaal aan de Verenigde Oost-Indische Compagnie het monopolie van handel en scheepvaart op Azië. De VOC mag voorts forten bouwen, oorlog voeren en verdragen sluiten. De compagnie heeft zes afdelingen of ‘Kamers’ in de steden Amsterdam, Middelburg, Rotterdam, Delft, Hoorn en Enkhuizen. Het centrale beleid wordt bepaald door de ‘Heren Zeventien’.

Het eerste contract met Banda 23 mei 1602 is eenzijdig ondertekend door Wolphert Hermanszoon “ten versoecke van wederszijden”. Ingebouwd is de waarschuwing: “So waerlick moet ons Godt helpen, ende ons t selffde overkomen t’geen wij de Hollanders doen.”

1603     Onder bevel van Van der Haghen zeilt in december 1603 voor de eerste maal een vloot uit onder de vlag van de VOC. Pas in volle zee verneemt de admiraal de oorlogszuchtige bedoelingen (tegen Spanjaarden en Portugezen) van de Compagnie. Bekendmaking van de instructies wekt grote beroering onder het scheepsvolk, waarvan velen niet hebben aangemonsterd om te gaan vechten.

1605     Van der Haghen neemt op Ambon in februari 1605 zonder slag of stoot het modern versterkte Portugese fort in handen en herdoopt het ‘Victoria’.

1607     Drie Molukse jongens worden met admiraal Maetelief naar Nederland gestuurd om later op te kunnen treden als tolk/intermediar: Halaene, zoon van Kapitan Hitu Tepil, Laurens (zoon van Don Marcus) en Marthino (zoon van Don Antonio). Terug in 1611.

Op Ternate wordt Kasteel Oranje gebouwd.

1608     In dit jaar verklaren de vier voormalig VOC bewindhebbers Fortuyn, Thomasz, Van Campen en Sem nadrukkelijk te zijn opgestapt vanwege het overvloedige geweldgebruik van de VOC.

1609     De VOC verlangt een volkomen specerijmonopolie, “met tractaet ofte met gewelt”. Naast Ambon moeten ook de Molukken en Banda onder het gezag van de VOC worden gebracht. Verhoeff wil op Banda Neira een fort oprichten maar wordt met 46 andere Nederlanders door de Bandanezen vermoord.

1610    Al 15 Hollanders zijn op Ambon getrouwd met inheemse meisjes.

1614     De VOC-bewindhebbers geven aan hun ambtenaren in Indië in vragenden vorm het meedogenloze bevel: “off niet geraden soude wesen, omme die van Banda wat te dwingen ende d’overgroote abondantie van nooten te voorcomen, Ai, Run offte andre plaetsen te destueren.”

1616     Jan Dirckszn. Lam veroverde Pulau Ai , één van de Banda eilanden. Een vloot van negen schepen komt op 21 Maart aan bij het Bandaneze eiland Ai, waarna de vernietiging van de Bandanezen begint.

1618     Na een hevige strijd met Engelsen en Bantammers slaagt Jan Pieterszoon Coen erin Jakarta te veroveren. Op de plaats van de verwoeste stad wordt Batavia gesticht, het hoofdkwartier van de VOC in Azië.

Expeditie tegen de ‘roovers’ op Buano.

1621     Dominee Danckaerts, predikant op Ambon, publiceert ‘Historisch ende grondig verhael vanden standt des christendoms’. Hij schrijft: “De Amboinesen syn van naturen een seer trouloos vreesachtig oft klein-hertich, bot ende indocyl volck ende daer by oock gantsch niet curieus ofte weet-gierig on yiets te leeren of te ondersoeken.”

Vier jongens uit Ambon vertrekken naar Nederland om theologie te studeren: Don Andreas de Castano (Soya), Don Marcus (Kilang), Laurens de Fretis en Laurens Coelio, alsmede Johan Tack (Nederlandse vader, Molukse moeder). In 1629 keren zij terug. Tussen 24 April en 1 Mei vermoorden de Hollanders onder Jan Pieterszoon Coen ongeveer 1200 bewoners van het Bandaneze eiland Lonthor.’

Met een leger van 2000 man heeft Jan Pieterszoon Coen de Banda-eilanden ontvolkt. “Door die moord en mishandeling zal Holland voortaan bekend worden als het wreedste land in de wereld,” zegt gouverneur-generaal (1616-1619), Laurens Reaal. De grond wordt verdeeld in perken die aan oud-compagniesdienaren (perkeniers) wordt toegewezen en bewerkt door slaven. De compagnie beschikt nu over het monopolie op foelie en muskaatnoten.

1622     Op Banda Neira worden de forten Belgica en Nassau gebouwd.

1623     Gouverneur van Speult van fort Victoria op Ambon laat 10 Engelse kooplieden ophangen op beschuldiging van samenzwering tegen de VOC. Door deze ‘Ambonse moord’ wordt het verdrag met Engeland uit 1619 verbroken.

1634     Oorlog in de Molukken om het kruidnagelmonopolie af te dwingen. Met steun van lokale bondgenoten worden leveranties aan andere afnemers (‘smokkel’ volgens de VOC) verhinderd en kruidnagelplantages vernield. De harde maatregelen van de VOC-troepen stuiten op verzet bij de inwoners van Hitu en leiden tot bloedige gevechten. De Hituezen krijgen steun van de koning van Ternate en de sultan van Gowa. Makassar in Gowa is een belangrijk handelscentrum op Zuid-Celebes (Sulawesi) waar buiten de VOC om specerijen worden verhandeld.

1637     Van Diemen onderneemt harde actie tegen de troepen van Ternate in Hoamoal (op Ceram).

1646     Op Hitu komt een einde aan de strijd in de Molukken met de verovering van de vesting Kapaha door de VOC.

Dr. Gerrit Knaap in ‘Kruidnagelen en Christenen’: “Op de Ambonse eilanden deed zich in het midden van de zeventiende eeuw een ernstige bevolkingsafname van ongeveer 37% voor, die hoofdzakelijk was te wijten aan de laatste oorlogen tussen de VOC en haar Ambonse tegenstanders.”

1651     Op West-Ceram (Hoamoal) vermoorden Ternaten 150 VOC-dienaren met hun vrouwen en kinderen.

1652     De leiders van Iha (Saparua) geven zich in september over aan Arnold de Vlaming van Outshoorn.

1655     Arnold de Vlamingh van Outshoorn (1608-1661) maakt met grof geweld een einde aan de oorlog in de Molukken. Het schiereiland Hoamoal (West-Ceram) word verwoest en de bevolking gedeporteerd naar Ambon. Ook Ternate wordt bestraft. Alleen op Ambon en Lease worden nog kruidnagels geteelt, de boom des vloeks (pohon koetok) is elders uitgeroeid.

1660     Om overproduktie tegen te gaan wordt de kruidnagelteelt op Ambon voortaan aan banden gelegd. Aanplant en oogst staan onder strenge controle, het teveel aan bomen wordt gerooid.

1662     Vanaf dit jaar vindt tot 1769 jaarlijks het orankaya-feest plaats op Ambon, als beloning aan de notabelen van de negeri’s voor bewezen diensten tijdens de hongi. Het feest duurt vier dagen: twee dagen voor de christenen, twee dagen voor de moslims. Er worden ook cadeautjes uitgereikt.

1677     Kapitan Jonker van Manipa, aanvoerder van een troep ‘Ambonezen’, neemt namens de Compagnie de leider van een verzetsbeweging, de Madurees Trunojoyo, gevangen op de berg Kelud (Java).

1679     Met hulp van van de soldaten van Arung Palakka en Ambonese troepen onder kapitein Jonker verdrijven VOC-soldaten de resterende Makassaren uit Oost-Java. Bantam trekt zich terug uit Cheribon en de Preanger.

1680     De VOC trekt ten strijde tegen negeri’s op Buru die zich aan het gezag van de VOC trachten te onttrekken.

1683     Na hevige strijd erkent Sultan Kaicili Sibori (ook wel bekend als Sultan Amsterdam) dat zijn Ternate een leengebied is van de Compagnie. Hij maakt daarmee ook niet langer aanspraak op negeri’s op Ambon-Lease en Buru.

1689     Een samenzwering tot moord op de Nederlanders in Batavia blijkt opgezet door kapitein Jonker, moslim, en Ambonees leider in dienst van de Compagnie, met steun van Amangkurat II. Na de ontdekking wordt Jonker op de vlucht gedood en vinden zijn volgelingen een toevlucht in Kartasura. Jonker wordt als leider van de VOC-Ambonezen vervangen door zijn christelijke neef Zacharias Bintang.

1755     Regering in Batavia bepaalt dat Ambonse hongi ieder jaar vier tot vijf weken moet uitvaren in september ter inspectie van factorijen en buitenposten.

1763     Strafexpeditie tegen de negeri’s Haya, Batulomi en Kisalaut op Oost-Ceram waar Bugineze handelaars zich zouden ophouden.

1764     Opnieuw een strafexpeditie tegen Oost-Ceram. Haya, Taluti en Selor gaan in vlammen op, maar een gedeelte van de hongi wordt in de pan gehakt door de Cerammers (4 doden, 6 gewonden en 62 vermisten).

1765     Ena Ena, Batulomi, Kamor, Kisalaut, Awang, Dawang, Kilmuri op Oost-Ceram door hongi overmeesterd en in as gelegd. In hetzelfde jaar trekt men op tegen een vesting bij Tobo, die na zes dagen wordt genomen. Wanneer de Ambonezen overgaan tot het vernietigen van sago-bomen, klinkt er van de kant van de Cerammers: “Foei, gij slaven van de Compagnie, kom leef zoals wij!”

Het dorp Rarakit wordt in as gelegd, evenals de dorpen op de eilanden Keffing, Pulau Geser en Seram Laut. De bewoners vluchten naar de Gorongse eilanden.

1767     De patih van Alang en die van Lilibooy worden naar Batavia verbannen, omdat zij verantwoordelijk worden geacht voor smokkel in hun gebied.

1769     De Fransen slagen erin kruidnagelplanten van Ambon te stelen en over te brengen naar Mauritius, Réunion en andere koloniën.

1770     Vanaf dit jaar vindt jaarlijks een vloottocht plaats langs de zuidkust van Ceram, waarbij ieder aangetroffen kruidnagelboom wordt vernietigd. De tochten hebben sterk het karakter van een strafexpeditie.

1775     Voor de oostkust van Ceram vergaan tijdens de hongi de korakora’s van Alang, Hila, Liang en Mardika, alsmede twee arumbai’s van Aboro en Hulaliu.

1776     Hongi naar Hoamoal. Tussen 23 oktober en 9 november worden daar onder leiding van Compagnie-officieren geveld: 16.252 kruidnagel- en nootmuskaatbomen en 47.403 andere bomen.

1777     Hongi om de rebellerende inwoners van Makariki, Suako en Amahai neer te slaan die een eigen vestiging hebben gesticht bij de rivier Kiulu. Een opzet die slaagt. De hongi bestaat dat jaar uit 1 galjoen, 22 korakora’s en 30 arumbai’s, waarop zich 2848 mannen bevinden.

1778     Twee van de leiders van de ‘opstand’ bij Kiulu geven zich over. De derde, Pelasina, wordt met een aantal medestanders de kop gesneld door een twintigtal Alifuru dat in opdracht van de Compagnie werkt.

Drie negeri’s van Selor (Ceram) worden opnieuw bestookt door een hongi vanuit zee. Vanuit land vallen Alifuru aan, die om het kenbaar te zijn voor de zeemacht een rode halsdoek dragen, gemaakt uit vlaggendoek. De negeri’s vallen. Veertig mensen worden onthoofd, 34 jonken verbrand.

In hetzelfde jaar komt de hongi in een zware storm terecht. De korakora’s van Soya, Wakal, Negeri Lima, Kaytetu en Oma en de arumbais van Titawai en Tenga-tenga gaan verloren, evenals waarschijnlijk 460 opvarenden.

1780     Militaire expeditie naar Ternate waar prins Nuku van Tidore in opstand is gekomen tegen het beleid van zijn broer, de sultan, die meer oog heeft voor het geld van de VOC voor het uitroeien van kruidnagelbomen, dan voor het belang van zijn eigen bevolking.
De raja van Sawai en de orangkayas van Hatuwe en Awale (Tidore) worden naar Batavia verbannen.

1781     Een hongi trekt op tegen ‘opstandigen’ op de zuidkust van Ceram. Kerken en scholen blijken in vele negeri’s afgebroken. Alifuru schreeuwen naar de Ambonezen, waarom zij hun landgenoten te lijf gaan inplaats van zich aan te sluiten bij prins Nuku.
In dit jaar worden er in december 114 Ambonezen gerecruteerd als VOC-soldaat. De sinds de jaren zeventig algehele armoede op de Molukken kan deze mannen hebben gemotiveerd, evenals het feit dat soldaten gevrijwaard zijn van herendiensten.

1782     Prins Nuku valt Amet op Nusa Laut aan en maakt het met de grond gelijk. Daarna worden ook Hulaliu, Kariu en Pelauw op Haruku in as gelegd. Uiteindelijk vindt een zeeslag plaats bij Pulau Babi, de Tidorese vloot werd verdreven. De Ambonse hongi trekt nog even door naar Ceram en vernietigt Rumakai, Kulor, Kamarian, Hatusua, Kililuhu en Rarakit. Nuku weet te ontkomen.

1795     De Fransen bezetten Nederland, waarna de uitgeweken stadhouder Willem V de meeste bezittingen in Indië, waaronder de Molukken, afdraagt aan Engeland

1799     31 december houdt de VOC op te bestaan, haar goederen gaan over naar de Nederlandse staat.

Voornaamste bronnen:
– De Hongi: bewaker van compagnie, monopolie en beschermer van negeri’s, drs. Corzaw Nanuruw( doctoraalscriptie, Leiden, 1998)
– Chronologie van Nederlands Indië en Indonesië (www.studybuddy.nl/nederlands/contentindo1.html)

★ ★ ★

Originele titel: Chronologie van de VOC op de Molukken Door de Eeuwen Rouw
Overgenomen van: inoeng.home.xs4all.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s